Verwacht
Change of the Century 7 november 2009

© Copyright S.M.A.K. Museum Kunstlicht in de Kunst presenteert in samenwerking met het S.M.A.K., Stedelijk Museum voor Actuele Kunst uit Gent, de tentoonstelling Change of the Century. De tentoonstelling is van 7 november 2009 tot en met 21 maart 2010 Samenwerking met het S.M.A.K. In België is het S.M.A.K hét toonaangevende museum voor actuele kunst, op internationaal niveau is het profiel van het museum dat van de uitdager en de opiniemaker. Om die elementen ook wat lichtkunst betreft nog beter te kunnen laten zien heeft Kunstlicht in de Kunst samenwerking gezocht met het S.M.A.K. Dit museum heeft een vaste collectie van meer dan 2.000 werken die in afwisselende presentaties worden getoond. Een aanzienlijk aantal lichtkunstwerken uit de vaste collectie en langdurige bruiklenen op dat gebied komen nu voor het eerst naar Nederland, en in het bijzonder naar Eindhoven. Onder de kunstenaars die naar Eindhoven komen bevinden zich namen van wereldformaat als Bruce Naumann en Dan Flavin, en (Belgische) kunstenaars als Joëlle Tuerlinkx, Anna Lange, Dirk Braeckman en Jacques Charlier.
Geysell Capetillo - Frutos de la tierra III 1999
Tentoonstelling 7 november tot en met 21 maart 2010
De tentoonstelling krijgt de titel Change of the Century waarin ‘verandering’ ligt besloten. Bedoeld wordt onder meer de maatschappelijke verandering die ruim een eeuw geleden in gang is gezet door de introductie van de gloeilamp en andere vormen van kunstlicht zoals neon.
Kunstlicht is van grote invloed geweest op het functioneren van de samenleving zoals wij die nu kennen en heeft ons mede gevormd tot wie wij nu zijn. Het is een uitvinding met grote maatschappelijke consequenties; onze dagen duren langer, ons werkritme is veranderd en ook thuis kunnen we langer aan de slag. De 24-uurs economie deed zijn intrede. Ook de invloed van kunstlicht op de kunst is onvermijdelijk en evident.
Het gebruik van kunstlicht in de kunst betekent dat voor het eerst licht wordt gebruikt als beeldend materiaal, zoals verf dat is voor de schilder of brons voor de beeldhouwer. Het begin van ‘lichtkunst’ in deze zin doet haar intrede met de kunstenaars die er sinds de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw gebruik van zijn gaan maken.
Johan Tahon - Panasonic 1997
© Copyright S.M.A.K.
Kunstenaars
Leo Copers - Zonder titel 1971
© Copyright S.M.A.K.
In de periode 1966-1968 trekt een aantal grote internationale lichtkunst-tentoonstellingen de aandacht van de kunstwereld. De belangrijkste beoefenaars van lichtkunst zijn onder meer degenen die met neon werken, zoals Dan Flavin. Zijn werk wordt beschouwd als het begin van de Minimal Art dat zich kenmerkt door kunstwerken die zijn samengesteld uit eenvoudige en eventueel gevonden materialen. Flavin verkent thema’s die verband houden met licht en ruimte en is vooral bekend om zijn sculpturen waarin tl-lampen verwerkt zijn. François Morellet, een Franse lichtkunstenaar, verkent begin jaren ’60 van de vorige eeuw samen met veel anderen specifieke aspecten van schilder- en beeldhouwkunst, zoals optische illusies, beweging en licht. De groep die volgens deze principes werkt is de Groupe de Recherche d’Art Visuel (GRAV), opgericht in 1966 en ontbonden in 1968. Ook de Italiaanse stroming Arte Povera is op de tentoonstelling vertegenwoordigd door werken van Mario Merz en Gilberto Zorio. De naam verwijst naar het nederige in de kunst, de ongebruikelijke materialen die kunstenaars in hun installaties, assemblages en performances gebruiken. Dit uitgangspunt wordt overigens ook gebruikt in de te ontwikkelen workshops bij deze tentoonstelling. Het werk van andere kunstenaars dat te zien is, is niet zo makkelijk te vangen in een stroming of een categorie. Wat echter opvalt in het geselecteerde werk is een confrontatie, een breuk of verandering die de kunst bewerkstelligt met het publiek en de omgeving.
Inrichting
De kunstwerken worden opgesteld in complete duisternis met een minimum aan bijkomende verlichting. Zelfs de nooduitgang-bewijzering wordt aangepast. Elk kunstwerk heeft een eigen, afzonderlijke lichtbron en wordt een baken in de donkere ruimte. Zo ontstaat een verhaallijn die de werken onderling verbindt en waardoor ook een omgevingsinstallatie ontstaat; een verspringend beeld dat verhaalt van een tijdperk dat mogelijk binnenkort met het verbod op de gloeilamp misschien ten einde komt. Op weg naar de volgende ‘change’.


