Archief

ZERO 9 februari 2008

Piene300

 

Expositie ZERO van 9 februari tot en met 25 mei 2008  

 

ZERO ontstaat in 1958 op initiatief van de wereldberoemde kunstenaars Heinz Mack en Otto Piene. Enkele jaren later voegt de niet minder bekende Günther Uecker zich bij het duo. De drie Duitse kunstenaars brengen gezamenlijk enkele publicaties uit en organiseren in korte tijd talloze tentoonstellingen.

 

De groep verwerft internationale bekendheid en vindt al snel veel navolging. Kunstenaars van Frankrijk tot Japan sluiten zich bij het drietal aan. In landen verspreid over de wereld ontstaan vergelijkbare kunstenaarsgroeperingen, waaronder de Nulbeweging in Nederland. In 1966 wordt ZERO als groep opgeheven en wordt een periode van inspirerende samenwerking met een groots spektakel afgesloten.

 

ZERO staat voor het zoeken naar een nieuw begin, een nieuw nulpunt om vanuit te vertrekken. Mack, Piene en Uecker delen de overtuiging dat kunst, in tegenstelling tot het op dat moment gangbare abstract-expressionisme, voor zichzelf moet spreken. Abstracte zaken als textuur, licht, ruimte en beweging staan centraal in hun werk. Daarnaast gaat veel aandacht uit naar de ervaring van de beschouwer.

 

In het werk van zowel Mack, Piene als Uecker speelt licht een belangrijke rol. Het gebruik van licht, veelal in combinatie met beweging, maakte het voor hen mogelijk de omringende ruimte bij een kunstwerk te betrekken. Door middel van schaduwwerking en reflecties worden eenvoudige objecten tot ruimtelijke installaties waarin de bezoeker zich kan verwonderen over een veelvoud aan optische effecten.

 

persfoto2 525Heinz Mack

Heinz Mack werd geboren in 1931.Hij had al vroeg talent voor fotograferen en pianospelen, en wilde graag gaan schilderen. Dus ging hij in 1950 naar de kunstacademie. Hij maakte kennis met het werk van Picasso, Klee, Miro, en Kandinsky, maar bleef lange tijd zoeken naar een eigen stijl en werkwijze.
Een ingeving kwam toen hij aluminiumfolie gebruikte. Hij had een groot vel uitgerold in zijn atelier en stapte er per ongeluk op. Hierdoor kwamen er kreukels in en reflecteerde het licht naar alle kanten. In feite zorgde het aluminiumfolie niet voor het effect, maar het licht. Hij had een manier gevonden om het licht zichtbaar te maken.
Zijn vroege werk bestaat uit schilderijen en reliëfs van gips waarin schaduwwerking een belangrijke rol speelt, maar ook uit houten reliëfs waarop aluminium is gebruikt. Wat later begint Mack ook met lichtbreking te werken. Hij maakt hierbij niet altijd gebruik van kunstlicht, maar ook van daglicht. Mack probeert

 

foto piene hangende chromkugel 525Piene

Piene is in 1928 in Westfalen geboren. Hij schildert van jongs af aan en speelt ook piano. Net als Mack bezoekt hij eerst de kunstacademie in Düsseldorf en gaat hij vervolgens filosofie studeren in Keulen. In 1955 verhuist hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Düsseldorf.
Tijdens zijn studie op de kunstacademie was hij erg gesteld op het werk van Picasso, Braque, Matisse, en Moore, en schilderde hij in een vergelijkbare stijl. Hij voelt zich er echter niet helemaal gelukkig mee. Tijdens de filosofiestudie leert hij Mack kennen, en wanneer ze over kunst praten blijkt dat ze allebei zoekende zijn. Ze willen af van de schilderkunst die voor de oorlog in zwang was.
Een tijd van zoeken volgt. Al gauw maakt Piene schilderijen waarop rasters een belangrijke rol spelen. Een volgende stap is het perforeren van het doek, om vervolgens achter het doek een spiegelend oppervlak te bevestigen.
Het fotograferen van de werken met gaten leverde problemen op. Op foto's kon je niet goed zien dat er gaten in het doek zaten. Het verhaal gaat dat Piene met een lamp door de gaten scheen om aan de zichtbaarheid van de gaten te vergroten, toen hij merkte dat er op de tegenoverliggende wand een licht- en schaduwspel zichtbaar werd. Kleine lichtpuntjes bewogen over de wanden, de vloer en het plafond, wanneer hij de lamp bewoog.
In 1955 maakt hij een eerste lichtkast, die een patroon van lichtpuntjes op de wand werpt. Het is een stilstaand object. Hij experimenteert echter al gauw met bewegende lichtbronnen. Eerst houdt hij voorstellingen waarbij hij met de hand de lichtbronnen beweegt, wat later mechaniseert hij zijn installaties. Wat Piene zo aanspreekt in dit type werk was dat net als bij film of theater de beschouwer het gevoel krijgt omgeven te worden door het werk.
Weer wat later werkt hij lichtbronnen weg achter een voorzetwand met talloze gaatjes. Lampen achter de voorzetwand bewegen heen en weer en zorgen voor een steeds veranderend patroon van lichtpuntjes in de ruimte. Dit verloopt volautomatisch en heeft een bijzonder sprookjesachtige uitwerking.
Vanaf 1968 gaat Piene werken voor het Center for Advanced Visual Studies aan het MIT in Massachusetts, een centrum waarin kunstenaars, wetenschappers en ingenieurs samen aan projecten werken. Het CAVS bestaat nog steeds, en Piene is er nog steeds aan verbonden. In samenwerking met dit centrum heeft Piene installaties van enorme omvang gemaakt.


Günther Uecker

Günther Uecker werd in 1930 geboren in Oost-Duitsland. Hij werd grootgebracht in het socialistische, Russische regime. Hij wil eigenlijk schilder worden, maar gaat naar een reclameopleiding en van daaruit naar een school voor grafische vormgeving. Nadat hij in Berlijn Westerse moderne kunst leert kennen, besluit hij te verhuizen. Hij komt al snel terecht in Düsseldorf, waar hij aan de kunstacademie gaat studeren.
Het is dan 1955. Mack en Piene zijn al klaar met hun kunstopleiding en studeren filosofie. Uecker maakt veel houtsneden, met name rond het thema licht, maar schildert ook met modder of met zijn vingers. In 1957 maakt hij zijn eerste spijkerwerk: een houten plaat waarin talloze spijkers zijn geslagen.
Met spijkers was het voor hem mogelijk echt in de ruimte door te dringen. Hij gebruikte een schilderij niet om een illusie van diepte mee op te roepen, maar zag het als een driedimensionaal object, waarin je letterlijk iets kunt slaan. Hij slaat spijkers om elke vorm van illusie die opgroepen kan worden door het platte vlak te vermijden.
De spijkerstructuren zorgen voor een mooie lichtschaduwwerking. Vooral met een (bewegende) spot erop gaan licht en schaduw een eigen leven leiden. Niet alleen ruimte, maar ook beweging en licht worden zo onderwerpen van zijn werk.
Met het slaan van spijkers beperkt hij zich al snel niet meer tot schilderijen, ook tafels, muren, hele ruimtes zet hij vol met spijkers. Niet alleen het resultaat telt, het spijkeren zelf is eveneens onderdeel van het kunstwerk. De spijkers zijn als het ware een overblijfsel van de daad van het spijkeren.
Uecker heeft hij in de vroege jaren zestig ook los van spijkers met licht gewerkt. Zo heeft hij grote metalen constructies gemaakt waar je doorheen kunt lopen en waarin neon is verwerkt.

 

« Terug naar overzicht

 
 
Centrum Kunstlicht in de Kunst - Emmasingel 31 - 5611 AZ Eindhoven - +31(0)40-2755183
 
kop kunstlicht