Archief
Expositie Signaal 29 september 2007
Algemeen
Van 29 september 2007 tot en met 27 januari 2008 presenteerde Centrum Kunstlicht in de Kunst Signaal, een expositie over kunst met licht en taal. In het dagelijks leven wordt licht regelmatig gebruikt als communicatiemiddel, bijvoorbeeld door er tekst of getallen mee te vormen of door ermee te seinen. Je kunt op allerlei manieren letterlijk schrijven met licht.
De expositie bevat kunstwerken waarin met neonbuizen cijfers of letters zijn gevormd, zoals ook in neonreclames gebeurt. In de tentoonstelling zijn echter geen reclameboodschappen te lezen, maar verrassende of raadselachtige teksten, cijferreeksen en tekens. De boodschappen roepen vragen op over waarneming, beeld en betekenis, en zijn niet zelden poëtisch van aard.
Niet alleen met neonbuizen, maar ook met gloeilampen, TL-buizen en projecties kunnen teksten worden gevormd. Hierbij komt niet alleen het ons bekende alfabet voor, maar ook codes als Morse en Braille. Dit levert kunstwerken op met abstracte patronen waarin de boodschap verscholen zit.
Joe Amrhein, Perfume, 2006, glasplaten, lak, circa 76 x 76 cm
Joe Amrhein heeft delen van letters en woorden geschilderd op glazen platen. Een spot boven het werk zorgt ervoor dat de schaduwen samen een leesbare tekst vormen. Emanating the ersatz incense of a commercial perfume is een poëtische tekst die zoveel betekent als ‘Het verspreiden van de namaak-wierrookgeur van een commercieel parfum'.
De tekst gaat over geur, net als licht een immaterieel en vluchtig gegeven. Daarnaast wordt verwezen naar het verkopen van goedkope surrogaten in plaats van kostbare maar kwalitatief betere waar.
Het werk verwijst naar zichzelf. De woorden op de wand zijn niet meer dan een illusie, een afgeleide van het werkelijk aanwezige werk (de glasplaatjes). Naast de parfum-industrie verkoopt ook Joe Amrhein ‘lucht'.
Het werk is bijzonder kwetsbaar. Graag bezoekers erop attenderen dat ze het niet aan mogen raken.
Fred Eerdekens, The perfect metaphor, 1990, koperdraad, circa 20 x 45 x 10 cm
Op de wand zijn drie delen gekruld koperdraad bevestigd. Een lichtbron is zo geplaatst dat onder het draad een schaduw ontstaat die een leesbare tekst vormt. Te lezen is The perfect metaphor, oftewel de perfecte metafoor.
Een metafoor is een vorm van beeldspraak. Een bestaand begrip wordt daarbij niet in de eigenlijke betekenis gebruikt maar op zo'n tot de verbeelding sprekende wijze dat een nieuwe betekenis ontstaat. Een vergelijking staat daarbij centraal. Zo wordt in ‘het is hier een stal' een rommelig vertrek vergeleken met een echte stal.
Het werk laat ons nadenken over de wijze waarop taal zich verhoudt tot de zichtbare wereld. Taal beschrijft, ordend en legt vast, maar er blijft altijd ruimte voor interpretatie. Hierdoor is het mogelijk dat een woord naar verschillende zaken verwijst.
Het koperdraad vormt slechts vanuit één perspectief een leesbare tekst. Vanuit alle andere gezichtspunten valt deze extra betekenis weg. Zoals de schaduwletters slechts een afgeleide van het beeld zijn, is taal slechts een beperkte afspiegeling van de werkelijkheid.
Helga Griffiths, Trust, 2007, lenzen en projectie
Dit werk bestaat uit bolle, spiegelende lenzen waarop een projectie is gericht. De lenzen reflecteren de geprojecteerde beelden als raadselachtige lichtvlekken op de achterliggende wand. Het werk speelt op allerlei manieren met het verschil tussen zien en niet-zien.
De lenzen vormen een tekst in Braille, een schrift dat speciaal voor blinden is ontwikkeld. Geschreven is Trust, oftewel vertrouwen. Lenzen zorgen normaal gesproken voor een beter en scherper zicht. In dit geval vertekenen ze door hun bolle oppervlak de projectie echter zodanig dat de beelden op de wand nauwelijks meer te herkennen zijn.
De projectie is samengesteld uit opnames die door blinden zijn gemaakt. Bij het bepalen van de beelden vertrouwden zij volledig op andere zintuigen dan het gezichtsvermogen. De keuzes voor de vastgelegde situaties zijn bijvoorbeeld gemaakt op basis van geur, geluid of temperatuur.
Helga Griffiths verwijst met deze installatie tevens naar het gebruik van beelden in de media. In hoeverre moeten we geloven wat we zien, en kunnen we ons op basis van de getoonde beelden een oordeel vormen? Trust stelt vragen bij het waarheidsgehalte van beelden en bij de mate waarop we kunnen vertrouwen op onze eigen waarneming.
Klara Hobza, der Bus kommt, 2007, video, 2.00 minuten
In deze korte film is te zien hoe een groep mensen met behulp van lampen boodschappen overbrengt. Het werk is opgenomen op het bouwterrein direct rond het museum en speciaal voor deze tentoonstelling gerealiseerd.
Voor het seinen wordt gebruik gemaakt van Semafoor, een visuele code die in de zeventiende eeuw is ontwikkeld voor communicatie over lange afstanden. De uitvoerenden hebben in iedere hand een lamp en nemen verschillende poses aan. Elke pose staat daarbij voor een letter. De boodschap wordt van de ene persoon naar de andere geseind en doorkruist zo in rap tempo het hele bouwterrein.
De kunstenares heeft een oud communicatiesysteem ingezet om mensen op de hoogte te brengen van het naderen van een bus. Zodra de eerste persoon in de keten een bus ziet aankomen, seint deze het nummer van de bus via Semafoor door naar de volgende persoon, die het weer naar de volgende persoon seint, om zo uiteindelijk vliegensvlug mensen in de buurt van de volgende halte in te lichten. Een oude methode blijkt in onze high-tech omgeving nog steeds van waarde te kunnen zijn.
Aan de realisatie van de video hebben diverse vrijwilligers meegewerkt. Hun namen zijn te lezen op het bijschriftskaartje. Heijmans, de eigenaar van het bouwterrein, heeft aan het werk bijgedragen door ons toestemming te geven het normaal gesproken afgesloten bouwterrein in de avonduren te betreden.
De overgebrachte boodschappen luiden: "bus 15" (rode lampen) en "bus 19" (groene lampen).
Paul Klotz, 3D-Quoter, 2006, led's, plexiglas, elektronica, circa 42 x 30 x 30 cm
3D-Quoter bestaat uit een fijn raster van draad waarbij op alle knooppunten LED's zijn aangebracht. Het werk kan worden opgevat als een driedimensionale lichtkrant. De uit lichtpuntjes opgebouwde letters worden zichtbaar op de laatste rij LED's en verschuiven stapsgewijs naar de voorgrond. Pas wanneer een letter het eerste vlak is gepasseerd en alle lampjes uit zijn, verschijnt op het achtervlak een volgende letter.
De letters vormen citaten van bekende namen als M.C. Escher en Frank Zappa; één zinsnede is afkomstig van de kunstenaar zelf. De citaten hebben zonder uitzondering betrekking op kunst of licht en zijn veelal filosofisch en analytisch van aard.
Aan de voorzijde van het object is een sensor aangebracht die registreert of er beweging is in de ruimte en op welke afstand het publiek zich bevindt. Hoe dichter men het object nadert, hoe sneller de letters elkaar opvolgen. Om de boodschappen te kunnen lezen is het dus noodzakelijk enige afstand te bewaren.
De meeste letters zijn zichtbaar als lichte vlakken in een verder donkere kubus. Enkele woorden, waaronder darkness en dark, zijn zichtbaar als donkere vlakken in een verlichte kubus. Deze letters zijn moeilijk te herkennen.
Brigitte Kowanz, Lichtgeschwindigkeit sek/4 Meter, 2007, neon, circa 25 x 400 cm
Dit werk is opgebouwd uit een lange reeks cijfers in helder wit neon. De reeks geeft in seconden weer hoe lang licht erover doet om vier meter af te leggen, de exacte lengte van het kunstwerk zelf. Het werk laat zien dat de snelheid van het licht zeer nauwkeurig bepaald kan worden, maar nog altijd niet of nauwelijks te bevatten is.
Licht is zeer bepalend en zelfs noodzakelijk voor onze visuele waarneming. Ondanks de poging dit fysieke verschijnsel tot in detail vast te leggen en te verklaren, blijft de ervaring ervan niet te vatten in cijfers, of uit te drukken in tekst. De lange rij cijfers lijkt dan ook in tegenspraak te zijn met de ongrijpbare uitwerking van het neonlicht zelf.
Brigitte Kowanz, Wir schwimmen in der Linie und tauchen sporadisch ins Mosaik, 2000, metaal, kunststof, acryl, TL, circa 200 x 300 cm
Dit werk bestaat uit een metalen ondergrond waarop verschillende TL-buizen zijn bevestigd. Delen van de buizen zijn afgeschermd, zodat het licht slechts hier en daar te zien is. De lichtbanen, schaduwpartijen en lampen lijken samen een complex weefsel te vormen.
De lichte en donkere delen kunnen gelezen worden met behulp van de Morsecode. Morse is opgebouwd uit korte en lange signalen die in combinatie cijfers, letters en leestekens vormen. De code werd in 1835 uitgevonden door Samuel Morse met de bedoeling deze te gebruiken voor de telegrafie.
Wanneer men van links naar rechts en van boven naar beneden leest, vormt zich een boodschap die gelijk is aan de titel van het werk. De poëtische tekst verwijst naar de vorm van het werk zelf: eenvoudig en lineair van opzet maar met een ingewikkeld resultaat tot gevolg.
Brigitte Kowanz, Memoria, 2006, spiegel, neon, circa 60 x 60 x 60 cm
In een glazen kubus is een neonelement aangebracht dat het woord Memoria (geheugen) vormt. De kubus is opgebouwd uit halfdoorlatende spiegels. Dat wil zeggen dat de ene helft van het licht wordt gereflecteerd en de andere helft wordt doorgelaten. Deze eigenschap zorgt ervoor dat we de neonbuis eindeloos gereflecteerd zien in de spiegelende vlakken eromheen. Wanneer we in de kubus kijken lijkt zich een eindeloze ruimte te vormen.
De wijze waarop het woord Memoria gereflecteerd wordt, doet denken aan de manier waarop het geheugen zelf werkt. Op een beperkt oppervlak kan een oneindig grote hoeveelheid informatie worden opgeslagen. Brokstukken van deze informatie zijn zichtbaar, en kunnen zich op verschillende manieren tot elkaar verhouden. Vanuit elk standpunt is een ander deel van de woorden- en gedachtenstroom te zien en kunnen nieuwe betekenissen worden gevormd.

Anna Lange, Silencio, 2007, neon, zink, lak, elektronica, circa 60 x 310 x 16 cm
Op een zinken ondergrond zijn leestekens aangebracht in ijswit neon. Neonbuizen worden met name ingezet voor reclamedoeleinden. Deze reeks doet echter zuiver en verstild aan en herinnert in niets aan commerciële of functionele toepassingen.
Interpunctie zorgt voor ritme en ordening in een tekst, en bepaalt voor een groot deel de intonatie waarmee deze wordt uitgesproken. Hoewel in dit werk geen tekst voorkomt, roepen de leestekens wel degelijk herinneringen op aan metrum, toonhoogte en opbouw.
Anna Lange hecht veel waarde aan het tegelijkertijd aanspreken van verschillende zintuigen. In dit werk wordt niet alleen een beroep gedaan op ons gezichtsvermogen, maar ook op ons gehoor. Het werk heet Silencio, maar de uitwerking die het heeft op het voorstellingsvermogen van de beschouwer is allerminst stil van aard.
molitor & kuzmin, + Licht, 222006, neon, elektronica, circa 250 x 400 cm
Deze wandinstallatie is grotendeels opgebouwd uit rode neonbuizen en elektronica. Een deel van de buizen is aangesloten en brandt, een deel niet. Een samenhangende boodschap wordt niet overgebracht. Centraal staat de vorm van de neonelementen, de transformatoren en de snoeren. De onderdelen vormen tezamen een evenwichtige compositie.
Kunstenaarsduo molitor & kuzmin brengt de techniek die nodig is om de neonbuizen te laten functioneren open en bloot in beeld. Opvallend is dat de aansluitingen van de neonletters en -tekens naar de voorzijde gericht zijn. Doorgaans zijn deze weggewerkt in een wand of behuizing aan de achterzijde. De tekens zelf zien we dan ook in spiegelbeeld. De illusie ontstaat dat we vanaf ons huidige gezichtspunt slechts de achterzijde van het werk kunnen zien, en dat de voorzijde zich tegen de wand bevindt.
molitor & kuzmin, m&k II 2002, 2002, nummerplaten, neon, circa 40 x 60 x 15 cm
Dit werk is opgebouwd uit oude nummerplaten. Ze zijn samengeperst, net zoals dat gebeurt met autowrakken. Enkele cijfers van de voorste nummerplaat zijn herhaald in rood neon. De zware en robuuste nummerplaten staan in schril contrast tot de breekbare, haast gewichtsloze neonbuizen en het immateriële karakter van het licht. De cijfers roepen herinneringen op uit het straatbeeld, zoals stoplichten, achterlichten en neonreclames.
Aan de achterzijde van het object is wit neon aangebracht. Het witte licht wekt de indruk dat er ruimte is tussen de wand en het zware blok metaal, dat het object losgekomen is van de achtergrond en vrij in de ruimte zweeft.
molitor & kuzmin, m&k II 1998, 1998, TL, lood, elektronica, circa 60 x 5 x 5 cm
Deze TL-buis is grotendeels afgeschermd door een dunne laag lood. Uit het lood zijn vijf letters gesneden, die samen het woord Licht vormen. Het licht dat te zien is, benoemt en beschrijft hierdoor zichzelf. Er is sprake van verdubbeling: hetzelfde begrip is te zien en te lezen. Zowel het gezichtsvermogen als het verstand worden aangesproken. Het werk zou bovendien kunnen verwijzen naar de overeenkomsten tussen licht en taal: beide verschijnselen maken zichtbaar en inzichtelijk, verhelderen en verklaren.
Jan van Munster, Het beroemde IK-lampje, 1999, neon, circa 20 x 40 cm
Dit werk bestaat uit een helderblauwe, golvende neonlijn, die vloeiend overgaat in het woord ‘ik'. Wie met ‘ik' bedoeld wordt, is niet duidelijk. Vanaf het moment dat mensen zich bewust zijn van zichzelf is er sprake van een ik-besef. Het werk verwijst naar iedereen, maar daarmee naar niemand in het bijzonder.
De kronkelende lijn waaruit het woord ‘ik' ontstaat is gebaseerd op het golfpatroon van een EEG-scan. De kunstenaar heeft zijn eigen hersenactiviteit laten meten en heeft de vorm van de neonbuis daarvan afgeleid. De golven zijn een weergave van de elektrische energie van de hersenen, maar roepen ook associaties op met levenslust en het vermogen te denken, te reflecteren en te scheppen.
Het licht en de golfbeweging wekken de suggestie dat het lampje onder hoogspanning staat, alsof een plotselinge toevoer van energie voor een siddering in de buis zorgt. Het werk kan worden opgevat als een symbool voor het ik-besef dat in ieder van ons aanwezig is, en de kracht en de energie die wij zowel lichamelijk als geestelijk kunnen ervaren.
Vanuit dit werk kan natuurlijk heel goed verwezen worden naar de twee brainwaves in onze eigen collectie.
Tony Oursler, Talking Light, 1996, gloeilamp, CD, lichtorgel
In een kale omgeving hangt een eenvoudig peertje. Af en toe klinkt een fluisterende, zuchtende en hijgende stem. Wanneer de stem te horen is, brandt de gloeilamp. Hierdoor wordt de suggestie gewekt dat het de lamp is die tegen ons spreekt.
Het knipperende licht zorgt in combinatie met de vreemde, ietwat snerpende stem voor een gevoel van onbehagen. Met eenvoudige middelen wordt op zeer effectieve wijze een naargeestige en bij vlagen zelfs nachtmerrie-achtige sfeer opgeroepen.
Door middel van een lichtorgel wordt het volume van de CD omgezet in licht. Het lichtorgel reageert ook een beetje op omgevingsgeluid, met name als het erg druk is in het museum. Het werk is echter niet bedoeld als interactieve installatie.
Tony Oursler is een kunstenaar van wereldfaam. Hij werkt met name met projecties op vreemdgevormde ondergronden.
Karin van Pinxteren, Approach', 2003, projector met gobo
Op de wand verschijnt in bloedrode letters de tekst Share your warmth with me, oftewel ‘deel je warmte met mij'. Wie de ik-persoon in deze boodschap is blijft echter onduidelijk. Is het de kunstenares, de beschouwer, of een persoon die in onze verbeelding verschijnt?
De tekst is niet eenduidig van aard. Het is een uitnodiging, maar tevens een bevel. Er wordt gevraagd om toenadering, maar wanneer we de wand naderen doet onze schaduw de tekst verdwijnen.
Het werk zet aan tot nadenken en vrijelijk associëren. Het begrip warmte wordt versterkt door de rode kleur van de letters, de hitte van de lamp, en de verwijzing naar intimiteit. Bovendien kan het wat oud aandoende lettertype de suggestie wekken dat het een behoefte van alle tijden betreft.
De titel van het werk wordt gevolgd door een apostrof. Dit verwijst naar het wiskundige begrip ‘afgeleide van'. Het is als het ware een afgeleide van een benadering/avance.
Het werk bestaat uit een projector met gobo. Een gobo is een cirkelvormig plaatje waarin een tekst is gegraveerd. De gravure wordt als een dia geprojecteerd op de wand.
Ruth Schnell, Patterns of perception, 2004-2005, MDF, lak, LED's, circa 140 x 140 cm
In het midden van een glanzend, monochroom vlak is een vertikale rij LED's te zien. Wanneer je focust op het werk zelf zie je niets meer dan een streep licht. Juist wanneer je je hoofd wegdraait, is het echter mogelijk een tekst te lezen.
Je zou de LED's kunnen zien als een extreem smalle lichtkrant. Over een lichtkrant beweegt normaal gesproken van rechts naar links een tekst. Op de smalle strook LED's gebeurt feitelijk hetzelfde. Rij voor rij schieten de tot lichtpuntjes teruggebrachte letters voorbij. De beweging van je hoofd en de traagheid van onze waarneming maakt het mogelijk de rijen niet alleen na elkaar, maar ook naast elkaar te zien.
Iedere 30 seconden wordt een woord uitgezonden. De woorden gaan over waarneming, analyse en betekenisgeving. Om dit object volledig te kunnen bevatten is in tegenstelling tot andere gevallen geen concentratie en focus nodig, maar juist (achteloos) wegkijken.
Van Ruth Schnell zijn twee werken opgenomen. De werken verschillen niet alleen qua kleur van elkaar, maar brengen ook andere woorden over. Hieronder een overzicht van de woorden uitgezonden door het oranje werk:
Giny Vos, Kilroy was here, 1996, spiegel, LED's, circa 30 x 20 cm
Dit object oogt op het eerste gezicht als een gewone spiegel. Af en toe verschijnen er echter rode letters op het spiegelende oppervlak. De letters vormen korte berichten die aan de persoon voor de spiegel gericht lijken te zijn.
De titel van het werk is Kilroy was here. Deze slogan kon je met name in de jaren zeventig en tachtig vinden op muren, omheiningen en toiletdeuren verspreid over de wereld. De spreuk is waarschijnlijk door de Amerikaanse inspecteur James Kilroy als merkteken geïntroduceerd, en al snel wijd verbreid geraakt onder Amerikaanse soldaten. De uitdrukking zou via Engelse soldaten vervolgens ook in Europa bekend zijn geraakt.
Het werk verwijst naar grafitti, het aanbrengen van anonieme leuzen op onverwachte plaatsen. Doordat in dit geval de tekst op een spiegel verschijnt, wordt samenhang gesuggereerd tussen het spiegelbeeld en de specifieke boodschap en voelt de beschouwer zich al snel persoonlijk aangesproken.

